Commentaar

Bij het artikel uit het nederlandse tijdchrift voor Acupunctuur Huang Ti, 30e Jaargang 2007, Nummer 5 blz. 24 – 28, rubriek Elektroacupunctuur: de Feiten Autoren: Dr. Theckla A.M. Hekker, Arts en Microbioloog, Dr. David J. Kopsky, Arts en Prof. Dr. Jan M. Keppel Hesselink, Arts en Farmakoloog.
„De feiten, volgens Voll en Bioresonantie“
Supplement Nr. 51, augustus 2007,
Supplement Nr. 52, Oktober 2007 (Pro en Contra)
Suplement Nr. 53, November 2007 (Pro en Contra)

In het artikel „De Feiten volgens Voll en Bioresonantie“ wordt de bioresonantie-methode voorgesteld als een soort therapie die totaal ontoereikend is en helemaal niet wetenschappelijk onderzocht is. Dit is een nederlandse herdruk van de steeds maar doorgaande strijd tussen de zogenaamde reguliere geneeskunde, ook wel evidence-based geneeskunde genoemd, en de empirische, natuurgeneeskundig georganiseerde geneeskunde. Hier wordt slechts erkend, wat in overeenstemming is met de axioma’s van Newton, resp. de moderne statistische eisen, daar telt alleen, wat de patiënt goed doet, resp. bevrijdt van zijn lijden, zonder „wetenschappelijk bewijs“. Deze strijd bestaat al sinds Paracelsus, aangewakkerd door de oprichter van de homeopathie S. Hahnemann, tot Enderlein of Ardenne, om maar een paar namen te noemen. In andere culturen bestond dit niet, omdat de natuurwetenschappen en de filosofie en daarmee ook de geneeskunde, altijd aan hogere wetten waren onderworpen, zowel in de Mikro- als in de Macro-kosmos. Zo waren in de chinese cultuur bijvoorbeeld zowel de wereldbeschouwing als de geneeskunde in eenzelfde mate onderworpen aan de wetten van Yin en Yang, resp. de 5 elementen. Intussen zou het een ieder duidelijk moeten zijn, dat ook de evidence-based medicine niet in 100% van de gevallen succes heeft, geen bron van het eeuwige leven heeft ontdekt en dat nogal eens onderzoek ontwikkeld is uit economische motieven en niet tot heil van de patienten.

Ook de studie van Nienhaus en Galle uit 2006 (Forschende Komplementärmedizin) wordt totaal verkeerd voorgesteld. De schrijvers hebben zich niet de moeite gegeven om deze studie nauwkeurig te lezen. De studie zou te weinig patiënten onderzocht hebben en ze zou niet op de juiste manier statistisch beschouwd zijn. De auteurs vertellen echter niet, wat er precies mis is met de statistische methode en hebben niet gemerkt, dat door de relatief preciese overeenstemming tussen de verum- en placebogroep wat betreft de biometische data, er statistisch gezien er helemaal niet een groter aantal patiënten nodig was om aan te tonen, of de MORA-bioresonantiemethode eigenlijk werkt of niet. Bovendien worden wetenschappelijke studies ook in de evidence-based geneeskunde, vooral in Amerika met een laag aantal proefpersonen geaccepteerd, zodra er een significantie op het niveau van < 5% bereikt wordt. De fabrikanten van bioresonantie-apparaten zijn tot nu toe financieel niet in staat geweest om grotere studies uit te voeren. Geen van de fabrikanten beschikt over een budget, wat zo groot is als dat wat bij de farma-industrie aanwezig is. Zelfs studies die ongeveer € 50.000 kosten, zijn moeilijk te financiëren. Ik spreek uit eigen ervaring, omdat de schrijver en M. Galle zelf een studie van een zeer hoog statistisch niveau (gerandomiseerd, prospectief, dubbel blind, gecontroleerd op placebo-effect) hebben gepland en aangeboden, maar tot nu toe nergens een sponsor hebben kunnen vinden. Daarom is het ook geen wonder, dat er geen uitvoerige studies over bioresonantie-methodes zijn, met een groot aantal proefpersonen. De therapeuten beperken zich dan tot hun ervaring en die is met bioresonantie-apparatuur ook goed. Bij een slechts geringe opleiding op deze apparaten bestaat, naar mijn schatting een succespercentage van ca. 30%. (Placebo? Waarom ook niet). Als men zich intensief ermee bezig houdt is er een succespercentage van ca. 60% en bij een jarenlange ervaring en heel goede achtergrondkennis (biologie- of geneeskundestudie en een zeer intensieve opleiding met bioresonantie-apparatuur) is een percentage van 80% mogelijk. Deze empirie dan principieel pseudowetenschappelijkheid te verwijten is geen verstandige discussie, gezien de vele praktijkervaringen van therapeuten, en succesverhalen, die gerapporteerd worden door patiënten. Voor een deel hebben patiënten hulp gezocht bij meerdere universiteitsprofessoren en pas genezing gevonden bij een therapeut met een bioresonantie-apparaat. Natuurlijk is het taalgebruik anders. Vele patienten begrijpen de universitaire medische vaktaal niet en willen eenvoudige uitdrukkingen, vanzelfsprekend vermengt de taal van de andere genezingsmethoden, zoals de acupunctuur (energie in yin en yang etc.) zich met de regulier medische vaktaal. In de regel gaat het hier ook niet om en noodgeval zoals een acute astma-aanval, een hart-infarct of appendicitis, maar om voorfasen van deze noodgevallen. Het is de bedoeling, dat de patient zich door de stimulering van zijn eigen regulatie-mogelijkheden niet eens meer in de vervelende toestand van deze zwaarwegende en slechts onder klinische omstandigheden te behandelen ziekten terecht komt. We beschrijven deze werkwijze als biokybernetische geneeskunde en benutten zowel de kennis van de reguliere geneeskunde, als de ervaringsgeneeskunde. Zie daarvoor www.iaegbm.de of www.ipabm.com of www.drnienhaus.de.

Het voorbeeld van de tenniselleboog uit Supplement nr. 51, Huang Ti augustus 2007 beschrijft het verschil in visie op treffende wijze:
De reguliere geneeskunde doet zijn best om het symptoom „pijn“ aan de elleboog weg te krijgen. Daarom wordt er cortison geinjecteerd, de arm in het gips gezet, ja zelfs geopereerd. Dit zijn allemaal wetenschappelijk onderbouwde methoden. Er zijn daarbij ten dele behoorlijke bijwerkingen (cortison) te verwachten, tot een M. Sudeck door het gipsen of een zenuwbeschadiging door operatie.

De ervaringsgeneeskunde probeert de ontwikkeling en de oorzaak van de pijn te begrijpen en dan te behandelen. Dit zou kunnen zijn: verschuiving in de zuur-base balans door een verkeerde voeding en afzetting van schadelijke zuurkristallen op de banden, ophoping van slakken uit de darm op de aanhechting van pezen en banden, eenzijdige belastingen of een tekort aan beweging, bindweefselzwakte door diverse oorzaken (E-smog, frustratie/woede etc.) In de traditionele chinese geneeskunde behoren de pezen tot het galblaassysteem en worden dienovereenkomstig behandeld (GB 34 Meesterpunt van de pezen). De voorstellen om te behandelen moeten noodzakelijkerwijze betrekking hebben op de oorzaak. Dus moet een therapeut, als hij de conclusie getrokken heeft, dat darmtoxines de oorzaak zijn voor de tenniselleboog, een darmsanering voorstellen bijv. met hydro-colontherapie en daarna het opbouwen van de darmflora met probiotica. Gelukkig hebben al deze methoden, inclusief de bioresonantiemethode geenbijwerkingen.

Naar mijn mening kan de combinatie van de ervaringsgeneeskunde met de reguliere geneeskunde alleen maar het beste resultaat hebben voor de patiënt. Laat de reguliere geneeskunde rustig verder behandelen, als goede resultaten te verwachten zijn zonder zwaarwegende bijwerkingen, maar eerst behoort de ervaringsgeneeskunde de kans krijgen en daar behandelen waar met deze methoden successen mogelijk zijn en misschien genezing of een verbetering die de patiënt tevreden stelt, zonder schade resp. bijwerkingen te produceren. Een normale arts ruimt het symptoom op, een goede arts ruimt de oorzaak op de de meester-arts verhindert, dat de oorzaak op kan treden.

Mülheim, 20.01.2008

Dr. med. Jürgen Nienhaus
- Präsident -

zurück