Brief aan de redactie van het tijdschrift HUANG TI betreffende:

T.A.M. Hekker, D.J. Kopsky, J.M. Keppel Hesselink: Electroacupunctuur: de feiten – de feiten volgens Voll en Bioresonantie.
HUANG TI 2007; 30(5):24-28.

In het artikel worden elektro-acupunctuur volgens Voll (VEGA), de klassieke bioresonantietherapie (MORA, BICOM), de radionica (QUANTEC) en de ZAPPER-methode ongedifferentieerd als “Bioresonantie”aangeduid.
Het begrip “Bioresonantie”wordt ongedifferentieerd gebruikt en ook de kenmerken en vooral de deels elementaire verschillen van de bediscussieerde methoden worden niet verklaard.
We zijn het eens met de schrijver E. Ernst, die stelde: “Een correct spraakgebruik is een essentiële voorwaarde voor effectieve communicatie.”

De literatuurkeuze is buitengewoon selectief. De auteurs hebben niet de moeite gedaan om omvangrijk onderzoek te doen naar het begrip “bioresonantie”.

Het resultaat is een polemisch artikel met een verzameling halve waarheden, misleidende beweringen en niet gemotiveerde commentaren. In deze vorm is het een construct van de schrijvers. Dit artikel en de conclusies, die daarin getrokken worden zijn daarom waardeloos met betrekking tot een wetenschappelijke discussie over “bioresonantie”.

Op deze plek wijs ik dan ook op het volgende, wat betreft de klassieke bioresonantietherapie: (zie ook www.institut-biophysikalische-medizin.de voor literatuur en verdere informatie)

Voor de klassieke bioresonantietherapie (bijv. de MORA-therapie) bestaan naar ons weten op dit ogenblik 14 gecontroleerde humane studies, die voldoen aan de universitaire standaard. In 11 studies wordt volgens de schrijvers bewijs aangevoerd voor de klinische werkzaamheid ervan. In twee studies wordt bewijs aangevoerd voor de onwerkzaamheid van de klassieke bioresonantietherapie en de auteur van 1 studie durft geen definitieve uitspraak te doen. Benadrukt moet echter worden, dat ook de “negatieve”studies deels als positief te waarderen zijn.
Dat betekent, dat het grootste gedeelte van de onderzoekende wetenschappers en artsen de klassieke bioresonantiemethode in de onderzochte indicatie-gebieden voor klinisch werkzaam houden. Dit nog afgezien van de praktijkervaringen uit het veld in de vorm van observaties en case-studies. De klassieke bioresonantietherapie is erkend door de Hufelandgesellschaft für Gesamtmedizin.

Deze kennis wordt ondersteund door een serie gecontroleerde dier- en plantonderzoeken, die methodologisch van wetenschappelijk niveau zijn. In deze studies wordt veelvuldig de biologische werkzaamheid van de klassieke bioresonantiemethode onderbouwd. Dit bewijst weliswaar niet de klinische werkzaamheid ervan, maar draagt wel bij aan de fundering van de kennis aan de basis.

Op biofysisch niveau bestaan tot nu toe alleen nog hypothetische verklaringsmodellen, die weliswaar hoogst plausibel lijken en gebruik maken vanmoderne biofysische hypothesen. Dit is voor methoden uit de ervaringsgeneeskunde niets bijzonders, en het geldt bijv. ook voor homeopathie en acupunctuur. Overigens: theoretische verklaring is eis, maar geen noodzakelijk criterium van een empirische natuurwetenschap.

De ten dele pseudo-wetenschappelijke taal van enige van de “bioresonantie”schrijvers houden ook wij voor misleidend en schadelijk.

Met vriendelijke groet,

Dr. Rer.nat. Michael Galle

Achatstrasse 12a
55743 Idar-Oberstein
Tel. 0049.6781/980622
Bestuurslid van de Internationale Gesellschaft für Biokybernetische Medizin.

zurück